Naar een circulaire infrabouw: hoe sluiten we de keten?

Table Of Content

De bouw van wegen, bruggen, tunnels en andere infrastructuur is al decennia een stevige motor achter economische groei. Maar die groei heeft ook een keerzijde: een enorme uitstoot van CO₂, uitputting van grondstoffen en grote hoeveelheden afval. Gelukkig beweegt de infra-sector richting een duurzamere aanpak: de circulaire infraketen.

Maar wat betekent dat precies? En hoe zorgen we ervoor dat deze keten écht gesloten wordt? In een recente talkshow doken experts uit de sector in deze vraag. Dit zijn de belangrijkste inzichten.

Wat is een circulaire infrastructuur?

Circulaire infrastructuur draait om het behouden van waarde: materialen zoals beton, staal en asfalt worden niet langer weggegooid na gebruik, maar krijgen een tweede leven. Het doel? Een keten waarin grondstoffen circuleren in plaats van verdwijnen. Dat levert niet alleen milieuwinst op, maar ook economische kansen.

Wat gebeurt er al in de praktijk?

De transitie is in volle gang en er worden al stappen gezet in de goede richting. Een aantal voorbeelden:

  • Hergebruik van bestaande materialen: Materialen welke worden gedemonteerd, hergebruikt of ge-upgrade tot een nieuw producten. Denk hierbij aan rioolbuizen die worden hergebruikt tot bankjes in de openbare ruimte, deuren uit sloopgebouwen die worden hergebruikt of asfalt dat wordt teruggewonnen en gerecycled in nieuwe wegen.
  • Nieuwe contractvormen: Aannemers worden steeds vaker beloond voor circulaire oplossingen. Niet alleen aanleg telt, maar aannemers en leveranciers worden ook gevraagd na te denken over het onderhoud en hergebruik. Het doel van de terugname is om hergebruik te stimuleren en afvalstromen te verminderen.
  • Modulair en demontabel bouwen: In plaats van standaardmaterialen te gebruiken, moeten we nadenken over een modulaire opbouw. Wat als een machine later verplaatst, hergebruikt of uitgebreid moet worden? Door te bouwen met losse, demontabele elementen die eenvoudig te verplaatsen of te vervangen zijn, verlengen we de levensduur van het gebouw en verminderen we verspilling.

“Je bent slechts een schakel in de keten van een product. Als je begrijpt hoe het is geproduceerd, hoe je het gebruikt en hoe je het weer overdraagt, kun je er waarde aan toevoegen — zó dat de volgende er minder last van heeft. Maak een goed ontwerp, en zorg dat het weer uit elkaar gehaald kan worden.” – Sander Lubberhuizen, Gemeente Enschede 

 

Waar lopen we nog tegen aan?

Hoewel er mooie stappen gezet worden, zijn er ook flinke obstakels die we moeten overwinnen. De grootste uitdagingen:

  1. Samenwerking in de keten: Van opdrachtgever tot sloper, iedereen moet samenwerken en data delen. Alleen samen komen we tot het beste resultaat.
  2. Regelgeving: Veel wetgeving is nog gericht op traditionele (lineaire) processen. Circulair vraagt om andere normen en toelatingseisen. Het aanpassen van deze regels kost tijd, tijd die we soms niet hebben.
  3. Financiering: Circulaire oplossingen vragen soms hogere investeringen. Terugverdientijd en lange-termijnvisie zijn essentieel. We zien hierbij duidelijk dat kleinere projecten steeds duurzamer worden, maar dit nog lastig door te zetten is in grotere projecten.
  4. Vertrouwen en acceptatie: Gebruikers en opdrachtgevers moeten geloven in de kwaliteit en veiligheid van hergebruikte materialen.

Initiatieven uit de praktijk

Gelukkig zijn er inspirerende initiatieven:

  • Pilotprojecten waar circulair asfalt en beton succesvol worden toegepast.
  • Take-back-systemen waarin producenten verantwoordelijk blijven voor het materiaal en het terug moeten nemen bij einde van het gebruik.
  • Digitale materiaalpaspoorten die precies vastleggen wat waar gebruikt is.

Samenwerken voor een circulaire infraketen

De circulaire infraketen is geen droom meer, maar realiteit in wording. Willen we de kringloop echt sluiten, dan is samenwerking het sleutelwoord. Overheden, aannemers, leveranciers en burgers moeten de handen ineenslaan. Alleen dan bouwen we aan een infrastructuur die niet alleen sterk is, maar ook toekomstbestendig.

Ben jij actief in de infra of geïnteresseerd in circulair bouwen? Laat je inspireren door de talkshow en denk mee over hoe we samen de keten kunnen sluiten.

Meest gekozen maatvoeringen

- Zelfdragend type I. Inwendige afmeting bxh=60x60cm (uitwendige afmeting bxh=76x70cm). Werkende lengte 2m.
Deksel tbv kabelgoot Delta T 600. L=99,5cm
Klasse D, 400KN. Opliggend betonnen opliggend deksel lxbxh=99,5x76x15cm

- Zelfdragend type I. Inwendige afmeting bxh=50x45cm (uitwendige afmeting bxh=66x54cm). Werkende lengte 2m.
Deksel tbv kabelgoot Delta T 500. L=99,5cm
Klasse D, 400KN. Inliggend betonnen inliggend deksel lxbxh=99,5x66x15cm.

- Kabelkokers worden altijd inclusief eind sluitplaten en zelfklevende neopreendichting, (lastenverdeelstrip tussen goot en deksel) aangeboden.

- Hoekstukken en andere afmetingen ook verkrijgbaar.

Universele fundering B-11 extra info

- Variabele montagemaat
- 3 en 4 punts montage
- 24kg
- Geleverd met kooimoeren M8
- Montagemaat 4 punten max 160mm, min 85mm.
- Montagemaat 3 punten max 165mmØ min 120mmØ

Universele fundering C-1 extra info

Toepasbaar voor:

Het buiten monteren van verlichtingsarmaturen, masten en palen.
Standaard met Universele rails M12 en een maximale armatuur hoogte van 5 meter.

Technische specificaties:

– Gewicht ca. 125 kg
– Montagevlak 450 X 450mm
– Hoogte 350mm
– Armatuur hoogte 5 meter
– Inclusief lasdoos met 2 keer onder uitvoer en 1 boven doorvoer
– Inclusief hamerkop bouten M12

 

Meer informatie?
Neem contact op met Paul!

Paul Hein

Accountmanager Morssinkhof Industrie
+31 – (0)6 – 331 405 21
p.hein@morssinkhof-infra.nl
Paul Hein

Aanvraagformulier

Monster aanvragen

Monster aanvragen